Stokjes rapen mag niet!
Is God een God van genade of straft Hij de zondaars? Is het offer van Jezus nu voldoende voor de zonden, of is dat straks pas aan de orde na dit leven?
Hiervoor ga ik naar een verhaal in het oude testament waarin God voor het eerst een volk (Israël) wetten geeft om na te leven, maar men nog niet echt begrijpt wat nou de gevolgen zijn van wat. Iets dat door God vrij snel duidelijk wordt gemaakt en iemand de ultieme prijs voor moet betalen.
Numeri 15:32 (HSV) Toen de Israëlieten in de woestijn waren, troffen zij een man aan die hout sprokkelde op de sabbatdag. 33 En zij die hem aantroffen terwijl hij hout sprokkelde, brachten hem naar Mozes en naar Aäron, en naar heel de gemeenschap. 34 Zij namen hem in hechtenis, want er was nog geen beslissing genomen wat met hem gedaan moest worden. 35 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Die man moet zeker gedood worden. Heel de gemeenschap moet hem met stenen stenigen buiten het kamp. 36 Toen bracht heel de gemeenschap hem weg tot buiten het kamp, en zij stenigden hem met stenen, zodat hij stierf, zoals de HEERE Mozes geboden had.

Het is vrij duidelijk dat deze man betrapt wordt op iets dat hij niet had moeten doen. Maar hoe zwaar dit woog was niet duidelijk voor het volk want zij brengen hem voor Mozes en Aäron en de hele gemeenschap en niemand weet het eigenlijk. Dan vraagt Mozes die het dus ook niet weet het maar aan God, en God zegt dat de man gedood moet worden en dat doet men.
Had deze man het kunnen weten hoe zwaar de straf was als het hele volk incl. Aäron en Mozes het ook eerst even moesten navragen wat nu de bedoeling was? Opzich wel, we lezen dit in Exodus 35, maar misschien had hij dit niet zo serieus genomen.
Exodus 35:2 (HSV) Zes dagen moet er werk verricht worden, maar de zevende dag moet heilig voor u zijn, een sabbat, een dag van volledige rust, voor de HEERE. Ieder die op die dag werk verricht, moet gedood worden. 3 U mag op de sabbatdag in geen van uw woongebieden vuur aansteken.
De man had het dus kunnen weten, net als de rest van het volk die hem überhaupt vanwege deze regel had opgepakt en naar Mozes en Aäron hadden gebracht.
Maar nu denk je misschien net als mij, wat een zware straf op een wet die er nooit was en waar men misschien nog even aan moest wennen.
De man was zijn hele leven waarschijnlijk gewend iedere dag hout te halen voor zijn vuurtje en nu was dat ineens verboden. Was een waarschuwing niet voldoende?
Blijkbaar niet, God straft erg hard en ontneemt de man het leven. Dezelfde daadkracht zien we ook bij het verhaal van Achan die uit Jericho buit meeneemt terwijl dat nadrukkelijk was verboden. God is hierom zo boos dat ook Achan dit met zijn leven moet bekopen. Hij is hier zelfs zo kwaad dat ook de kinderen en alle dieren van Achan eraan moeten geloven, iets wat in onze menselijke rechtsgang ondenkbaar zou zijn. Want waarom zouden wij iemand anders of zelfs een dier straffen met de dood voor de overtreding van een ander?
God moest blijkbaar een goed punt maken wat betreft de zonden, of het nou in onze ogen rechtvaardig is of dat het nou wel of niet in verhouding is tot de overtreding. Achan en zijn kinderen en zijn vee werden gestenigd en verbrand met vuur en onder een hoop stenen als voorbeeld achter gelaten.
Maar huiveren wij nu voor deze God? Hoeveel angsten voel je nu opkomen als je nadenkt over je eigen daden en gedrag en als je ziet hoe er met Achan maar ook deze man die hout verzameld werd ongegaan?
Zijn wij nu niet onder de genade en is Jezus niet die een liefdevolle Vader aan ons openbaart die vergeeft? Was het offer van Christus voldoende voor onze straf zodat wij niet ons leven kwijtraken en dat van anderen meeslepen in dat oordeel?
Hoe zit dit in het nieuwe Testament?
Het mooie is dat ze van een vergelijkbare situatie een verhaal hebben, namelijk de discipelen die aten plukken op de zondag en Jezus verdedigd hen op het moment dat de aanklacht kwam van hen die eigenlijk gelijk hadden gezien de voorgaande voorvallen waarmee zij bekend waren;
Matteüs 12:1 (HSV) In die tijd ging Jezus op een sabbat door de korenvelden, en Zijn discipelen hadden honger en begonnen aren te plukken en te eten. 2 Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden zij tegen Hem: Zie, Uw discipelen doen iets wat niet geoorloofd is te doen op de sabbat. 3 Maar Hij zei tegen hen: Hebt u niet gelezen wat David deed toen hij honger had, en zij die bij hem waren? 4 Hoe hij het huis van God binnengegaan is en de toonbroden gegeten heeft, die hij niet mocht eten, evenmin als zij die bij hem waren, maar alleen de priesters? 5 Of hebt u niet gelezen in de Wet dat de priesters op de sabbatdagen de sabbat ontheiligen in de tempel, en toch onschuldig zijn? 6 Ik zeg u echter dat hier Iemand is Die meer is dan de tempel. 7 Maar als u geweten had wat het betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer, dan zou u de onschuldigen niet veroordeeld hebben. 8 Want de Zoon des mensen is Heere, óók van de sabbat.
Jezus hoort de aanklacht van de Farizeeën aan over het feit dat de Discipelen eten hadden geplukt om te eten. Nu mag je uiteraard aren plukken met de hand, zelfs als het niet jouw veld is, zolang het met de hand blijft gebeuren en je niet het veld met gereedschap leeg begint te roven en te plukken.
Deuteronomium 23:25 (HSV) Wanneer u in het staande koren van uw naaste komt, mag u met uw hand aren plukken; maar u mag niet de sikkel slaan in het staande koren van uw naaste.
Maar op de sabbat mag dit niet, althans dat was de interpretatie van de Joden al sinds de tocht in de woestijn waarbij zij werden geboden door God om op vrijdag voor twee dagen eten te verzamelen en klaar te maken zodat ze op de zaterdag (sabbat) geen werk hoefden te verrichten.
Dus in zekere zin klopt de aanklacht van de Farizeeën aan het adres van Jezus discipelen en met name gericht aan Jezus die verantwoordelijk is voor deze groep.
Maar Jezus nuanceert het gewicht van dit vergrijp omtrent de sabbat, maar hiervoor moeten we het verhaal nogmaals lezen maar dan in Marcus.
Marcus 2:23 (HSV) En het gebeurde dat Hij op een sabbat door de korenvelden ging; en Zijn discipelen begonnen onder het lopen aren te plukken. 24 En de Farizeeën zeiden tegen Hem: Zie, waarom doen zij op de sabbat iets wat niet geoorloofd is? 25 En Hij zei tegen hen: Hebt u nooit gelezen wat David deed toen hij in nood verkeerde, en hij honger had, en zij die bij hem waren? 26 Hoe hij het huis van God binnengegaan is ten tijde van Abjathar, de hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand mag eten behalve de priesters, en ze ook gegeven heeft aan hen die bij hem waren? 27 En Hij zei tegen hen: De sabbat is gemaakt ter wille van de mens, niet de mens ter wille van de sabbat. 28 Daarom, de Zoon des mensen is Heere, óók van de sabbat.
Wat Jezus eigenlijk zegt is dat de sabbat er voor de mens is, de mens is niet geschapen om vervolgens de sabbat te kunnen houden. Het gaat dus om het praktische doel van de sabbat, namelijk één dag rust nemen in de week.
Jezus tilt dus niet zo zwaar aan dit gebod omdat het er eigenlijk voor het welzijn van de mens is en de mens die zichzelf er niet aan houdt eigenlijk zichzelf al tekort doet en straft.
Maar hoe kan het dan dat Jezus die dezelfde is als de Vader die in het oude Testament een man doodt voor het verzamelen van hout wat hij gewoon was te doen, nu niemand doodt terwijl deze mensen al honderden jaren beter konden weten, zeker met de gestelde voorbeelden uit het oude testament?
Waarom is de sabbat er nu voor de mens, en lijkt dit andersom te wegen in de tijd van Mozes alsof de sabbat toen zo heilig was dat een mensenleven ervoor niet gespaard hoefde te worden?
Het zou kunnen door het offer van Jezus voor de zonden, maar Hij had op dit moment dat offer nog niet gebracht. Het kan ook zijn omdat het offer dat betaald zou worden al vast stond en dus nu al geldt, maar dat zou dan ook voor de tijd van Mozes zo moeten zijn?
Het blijft een lastig iets, maar sowieso is Jezus duidelijk en negeert het zware van de wet en het naleven ervan.
Wordt er nu dan sinds Jezus door God niet meer zwaar gestraft en gaan wij vrijuit bij zware zonden? Nee, die angst laten vieren kan blijkbaar niet als wij het verhaal lezen van Ananias en Safira;
Handelingen 5:1 (HSV) En een zekere man, van wie de naam Ananias was, verkocht samen met zijn vrouw Saffira een eigendom, 2 en hield een deel van de opbrengst achter, ook met medeweten van zijn vrouw, en hij bracht een bepaald gedeelte en legde dat aan de voeten van de apostelen. 3 En Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de Heilige Geest en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond? 4 Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en toen het verkocht was, bleef de opbrengst dan niet tot uw beschikking? Waarom toch hebt u deze daad in uw hart voorgenomen? U hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. 5 Toen Ananias deze woorden hoorde, viel hij neer en gaf de geest. En er ontstond grote vrees bij allen die dit hoorden. 6 En de jonge mannen stonden op, legden hem af, droegen hem naar buiten en begroeven hem. 7 En het gebeurde na verloop van ongeveer drie uur dat ook zijn vrouw daar binnenkwam, zonder te weten wat er gebeurd was. 8 En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt u beiden het land voor zoveel verkocht? En zij zei: Ja, voor zoveel. 9 Petrus zei tegen haar: Waarom toch hebt u met elkaar afgesproken de Geest van de Heere te verzoeken? Zie, de voeten van hen die uw man begraven hebben, zijn voor de deur en zullen u ook uitdragen. 10 En zij viel onmiddellijk voor zijn voeten neer en gaf de geest. En toen de jongemannen binnengekomen waren, troffen zij haar dood aan, en zij droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. 11 En er kwam grote vrees over heel de gemeente en over allen die dit hoorden.
Ananias en Safira krijgen een zware straf, ze proberen de gemeente en indirect God te belazeren terwijl zij beter hadden kunnen weten, God ziet alles en blijkbaar oordeelt Hij hier vrijwel meteen met een zware straf. De genade van Jezus is hier dus niet voldoende om voor hen de straf te ontlopen, misschien wel voor de eeuwigheid, maar zeker niet op aarde want ze bekopen hun zonden met de dood. Waarom weegt hier het oordeel zo zwaar? Blijkbaar zijn er zonden die tot de dood leiden;
1 Johannes 5:16 (HSV) Als iemand zijn broeder ziet zondigen, een zonde niet tot de dood, dan moet hij tot God bidden, en Hij zal hem het leven geven, namelijk aan hen die niet zondigen tot de dood. Er is een zonde tot de dood; daarvoor zeg ik niet dat hij moet bidden. 17 Elke ongerechtigheid is zonde; en er is zonde die niet tot de dood leidt.
Het zou fijn zijn geweest als Johannes wat specifieker was geweest toen hij sprak over zonden die tot de dood leiden. Het lijkt mij een best belangrijk stuk informatie die nu aan speculatie wordt overgeleverd. Ik kan alleen bedenken dat Johannes het heeft over zonden tegen de heilige geest, namelijk de enige zonden waarop het eeuwige oordeel wacht, en misschien dan ook een directe dood zoals bij Ananias en Safira?
Marcus 3:28 (HSV) Voorwaar, Ik zeg u dat alle zonden de mensenkinderen vergeven zullen worden, en de lasteringen die zij ook maar uitgesproken zullen hebben; 29 maar wie gelasterd zal hebben tegen de Heilige Geest, die heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar is schuldig en verdient het eeuwige oordeel.
Hoe zit dat vandaag de dag? Straft God nog steeds de zonden tegen de Heilige Geest? Zijn er ondanks de genade nog altijd zonden die tot de dood leiden waarover Johannes spreekt en zoals Ananias en Safira ontdekken bij hun verlangen naar geld en eer/aanzien?
Een tijdje terug keek ik een documentaire over een aantal mensen die afvallig waren geworden van hun kerk, en daarmee later ook van het geloof. Dit kwam doordat hun voorganger, die zegt namens God te spreken en te zijn aangesteld, hun had misbruik. In plaats van straf werd dit in de doofpot gestopt om zo het imago van de gemeente niet te beschadigen. De slachtoffers werden verweten Gods woord ongehoorzaam te zijn omdat zij de voorganger niet vergaven zoals een christen moet doen, en de voorganger bleef op zijn plek, want we maken immers allemaal fouten, ongeacht het gewicht van onze positie en verantwoording als vertegenwoordiger van God op aarde?
De schuld werd uiteindelijk bij deze slachtoffers gelegd en de voorganger bleef namens God aangesteld en praten en kon weer verder met zijn vreemde gedrag aangezien hij ook maar gewoon zondig mens is.
Je hebt niet veel verstand nodig om te begrijpen hoe diep de slachtoffers ontworteld worden uit hun gemeente en geloof door dit soort erge zonden.
En wat deed God? Blijkbaar was dit niet zo schadelijk als dat van Ananias en Safira want de voorganger spreekt nog altijd alsof hij namens God is aangesteld. Deze voorgangers zijn blijkbaar niet schuldig aan zonden tegen de Heilige Geest ondanks dat zij zeggen namens en door de Geest te spreken.
Zo zijn er honderden voorbeelden, wanneer grijpt God in, wanneer geldt Zijn offer voor de zonden? en wanneer wordt het verzamelen van stokjes afgerekend met de dood, of het liegen over je kerkgave en geldzucht zoals bij Ananias en Safira, terwijl het misbruiken van je minderjarige gemeente leden nog wel door de vingers kan worden gezien zonder keiharde straf?
Wanneer is het zo, als de voorganger ervandoor gaat met het geld van je gemeente en er een kast van een huis mee bouwen in Afrika niet de dood waar, terwijl liegen over je gave aan de kerk van de opbrengst van het land dat blijkbaar wel was?
Vroeger dacht ik dat het verschil lag met dat het nu genade tijd is, en toen met die stokjes rapen nog niet. Maar het verhaal van Ananias en Safira is toch echt een verhaal hoe God zelf optreedt in de nieuwe situatie van het nieuwe Testament, maar daar niet consequent in is gezien de rest van de hele kerkelijke geschiedenis vol van geldzucht, misbruik en andere ellende. Het Vaticaan bulkt van de rijkdom onttrokken van geloven die arm zijn, en tegelijkertijd bulkt het van de schandalen terwijl zij God vertegenwoordigen volgens hun eigen woord en voorkomen.
Maar ook de Protestantse, evangelische, pinkster en baptisten kerken en gemeenten ontkomen niet aan het lusten naar geld, macht en maken zich dikwijls schuldig aan misbruik en het wegstoppen ervan terwijl de slachtoffers wegkwijnen in hun trauma en verdriet terwijl de daders met boetedoening wegkomen en vergeving ontvangen.
Maar hoe zit dit nu dan? Waarom dood God niet hen die zonden doen tegen de Heilige Geest, of zonden doen die tot de dood horen te leiden? Of kunnen wij die zonden niet definiëren en is in naam van God jezelf verrijken en de ander benadelen niet zo erg in de ogen van God als de situatie van Ananias en Safira? Waarom grijpt Hij niet in als Zijn naam wordt misbruikt en hen die Hem oprecht geloven zo van het geloof worden afgerukt?
Ik kom dan voor het antwoord bij een uitspraak van Jezus die we al gelezen hadden;
Mattheüs 12:7 (HSV) Maar als u geweten had wat het betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer, dan zou u de onschuldigen niet veroordeeld hebben. 8 Want de Zoon des mensen is Heere, óók van de sabbat.
God wil barmhartigheid, geen offers. Het hele circus van religie en kerk is een ultieme vorm geworden waarin de waarheid van je hart naar boven kan komen of waarin je jezelf kunt blijven bedriegen omdat het jou persoonlijk niet schaadt of tegenvalt. Niet omdat God het wil zien, maar omdat jij mag zien wat er in je hart verborgen is.
Durf jij het licht van de waarheid te schijnen op dat wat ongemakkelijk is? Of blijf je hangen in wat comfortabel en prettig is, of het nou logisch is of niet, of het nou waar of rechtvaardig is of niet? Denk je zelf na over wie God werkelijk is en wat Hij van je vraagt, of is de mening en leiding van de voorgangers of oudsten belangrijker en voldoende om je eigen verantwoordelijkheid af te geven in tijden van onrecht en gebrek aan waarheid?
De waarheid maakt je vrij, het zal na het openbaren van de echte redenen achter de dingen barmhartigheid veroorzaken voor je eigen leven en dat van je naasten. Je zult zien dat je nergens in beter bent dan de ander en dat Christus Zijn leven gaf voor jou leven, exact zoals dat van die ander. Er is bij God geen aanziens des persoons, oftwel God maakt geen onderscheid. Wie dan wel? Wij mensen doen dat en spannen God voor ons karretje met alle ellende van dien.
Want als iemand tekort wordt gedaan door je eigen leer, kerk, predikant of ouderlingen, durf je dan je comfortabele kerkleven of gemeente op te geven om achter diegene aan te gaan die tekort wordt gedaan? Durf je net als de Goede Herder de 99 rechtvaardigen die zichzelf wel rechtvaardigen achter te laten in de woestijn en dat ene schaapje achteraan te gaan dat wel loopt van de kudde?
Als er tegenstrijdige dingen worden verteld die schade veroorzaken, durf je dan op zoek te gaan naar wat dan wel de waarheid is of doe je dat pas als de “waarheid” jouw persoonlijk tekort doet?
Vindt je barmhartigheid in je hart of kies je voor jezelf omdat het jou op dat moment niet schaadt?
Sta je op voor de waarheid en barmhartigheid of kies je voor wegkijken en de doofpot? Kies je ervoor om vreemde theologie en tradities in stand te houden en te vereren of kies je voor het onzekere waarvoor juist geloof nodig is en kies je daarmee voor het zwakke? of hoor je liever bij het sterkere clubje dat liever meer “zeker weet” dan geloven moet? Zij die meer geloven in dat wat zij kunnen vastleggen, begrijpen en samen afspreken dan in dat wat in de onzekerheid voor ons te wachten ligt op de plek waar God ons heen wil leiden in geloof zoals Hij deed met Abraham? Weg van afgoderij en op naar wandelen in geloof in een land ver van je vertrouwde “vaderhuis”.
De dag komt vanzelf dat het deksel op je neus valt en je zou willen dat mensen voor jou zouden opstaan maar ook zij kiezen voor het comfortabele, en dat is het wegkijken van de waarheid. Er komt vanzelf een moment dat wat niet logisch en onrechtvaardig is ook in jouw hart niet meer te verdedigen is. Verbitter je dan of verbeter je je dan?
Blijven bij dat wat wij gewend zijn, is altijd het meest makkelijke en comfortabele, net zoals bij de Farizeeën tegenover Jezus. Jezus wilde de waarheid en had oog voor de mens, de zondaren en het uitschot. De nette volgzame mensen en hun leidinggevende hingen daarom Jezus en dus God aan het kruis.
God wil geen offers, Hij wil barmhartigheid!
Laat jij je uit je tent lokken het Licht in, of blijf je liever binnen met je deur op slot? Kruisig jij God in opdracht van de meerderheid of wandel je met Hem? Jezus klopt, ook bij jou want Hij is de weg de Waarheid en het leven en niemand anders brengt je bij de Vader dan door Hem volgens de schriften zelf. Niet de mens, niet een andere meester (dominee) of leraar (rabbi) dan Jezus zelf. En ook geen andere Vader dan Dé Vader.
Matteüs 23:1 (HSV) Toen sprak Jezus tot de menigte en tot Zijn discipelen: 2 De schriftgeleerden en de Farizeeën zijn gaan zitten op de stoel van Mozes; 3 daarom, al wat zij u zeggen dat u in acht moet nemen, neem dat in acht en doe het; maar doe niet overeenkomstig hun werken, want zij zeggen het, maar doen het zelf niet. 4 Want zij binden lasten samen die zwaar zijn en moeilijk om te dragen, en zij leggen ze op de schouders van de mensen; maar zij willen die zelf met geen vinger verroeren. 5 Al hun werken doen zij om door de mensen gezien te worden, want zij maken hun gebedsriemen breed en de kwastjes aan hun kleren groot. 6 Zij zijn zeer gesteld op de ereplaatsen tijdens de maaltijden en op de voorste plaatsen in de synagogen; 7 zij zijn ook belust op de begroetingen op de markten, en om door de mensen ‘rabbi, rabbi’ genoemd te worden. 8 Maar u mag zich geen rabbi laten noemen, want Eén is uw Meester, namelijk Christus; en u bent allen broeders. 9 En u mag niemand op de aarde uw vader noemen, want Eén is uw Vader, namelijk Hij Die in de hemelen is. 10 En u mag niet meesters genoemd worden, want Eén is uw Meester, namelijk Christus. 11 Maar de belangrijkste van u zal uw dienaar zijn. 12 En wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden; en wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden. 13 Maar wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u sluit het Koninkrijk der hemelen voor de mensen; u gaat er immers zelf niet binnen, en hen die er binnen willen gaan, laat u er niet binnengaan. 14 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u eet de huizen van de weduwen op, en voor de schijn bidt u lang; daarom zult u een des te zwaarder oordeel ontvangen. 15 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u reist zee en land af om één proseliet te maken, en als hij het geworden is, maakt u hem een kind van de hel, dubbel zo erg als u. 23 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u geeft tienden van de munt, de dille en de komijn, en u laat het belangrijkste van de Wet na: het recht, en de barmhartigheid en het geloof. Deze dingen zou men moeten doen en die andere dingen niet nalaten. 24 Blinde leiders, die de mug uitzift maar de kameel doorslikt. 25 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u reinigt de buitenkant van de drinkbeker en van de schotel, maar vanbinnen zijn ze vol van roofzucht en onmatigheid. 26 Blinde Farizeeër, reinig eerst de binnenkant van de drinkbeker en de schotel, zodat ook de buitenkant daarvan rein wordt. 27 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u bent als de witgepleisterde graven, die vanbuiten wel mooi lijken, maar vanbinnen zijn ze vol doodsbeenderen en allerlei onreinheid. 28 Zo lijkt u ook wel vanbuiten rechtvaardig voor de mensen, maar vanbinnen bent u vol huichelarij en wetteloosheid. 29 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u bouwt de graven voor de profeten en versiert de grafmonumenten van de rechtvaardigen, 30 en u zegt: Als wij in de tijd van onze vaderen hadden geleefd, hadden wij niet met hen meegewerkt om het bloed van de profeten te vergieten. 31 Aldus getuigt u tegen uzelf, dat u kinderen bent van hen die de profeten gedood hebben. 32 Maakt ook u dan de maat van uw vaderen vol! 33 Slangen, adderengebroed, hoe zou u aan de veroordeling tot de hel ontkomen? 34 Daarom zie, Ik zend profeten, wijzen en schriftgeleerden naar u toe, en sommigen van hen zult u doden en kruisigen, en sommigen van hen zult u geselen in uw synagogen, en u zult hen vervolgen van stad tot stad, 35 opdat over u al het rechtvaardige bloed zal komen dat vergoten is op de aarde, vanaf het bloed van de rechtvaardige Abel tot het bloed van Zacharia, de zoon van Berechja, die u gedood hebt tussen de tempel en het altaar. 36 Voorwaar, Ik zeg u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.
Waar is jouw barmhartigheid als iemand stokjes raapt en de straf volgens de wet vrij duidelijk is?
Denk je zelf na over de logica en barmhartigheid in zaken die wij als zonden bestempelen of wil je dat pas als het jou betreft? Jezus keek naar iedereen en kwam niet om te oordelen, want voor oordelen zijn er al genoeg mensen die deze taak erg serieus nemen.
Johannes 12:46 (HSV) Ik ben een licht, in de wereld gekomen opdat ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft. 47. En als iemand Mijn woorden hoort en niet gelooft, veroordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld zalig te maken.
Wie zonder zonden zijn werpen de eerste stenen…