Uncategorized

De verzoeking in de woestijn

Jezus werd aan het begin van Zijn aardse prediking verzocht in de woestijn nadat Hij maar liefst 40 dagen niets had gegeten. Het schijnt dat 40 dagen ongeveer de max, of in ieder geval een kritiek punt is wat een mens kan hebben zonder voedsel. Jezus zocht dus de verzoeking op door Zich naar een uiterst zwak moment te brengen in een lastige omgeving.

Matteüs 4:1 (HSV) Toen werd Jezus door de Geest weggeleid naar de woestijn om verzocht te worden door de duivel. 2 En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij ten slotte honger. 3 En de verzoeker kwam bij Hem en zei: Als U Gods Zoon bent, zeg dan dat deze stenen broden worden. 4 Maar Hij antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt. 5 Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad en zette Hem op het hoogste gedeelte van de tempel, 6 en hij zei tegen Hem: Als U de Zoon van God bent, werp Uzelf dan naar beneden, want er staat geschreven dat Hij Zijn engelen voor U bevel zal geven, en dat zij U op de handen zullen dragen, opdat U Uw voet niet misschien aan een steen stoot. 7 Jezus zei tegen hem: Er staat eveneens geschreven: U zult de Heere, uw God, niet verzoeken. 8 Opnieuw nam de duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg, en hij liet Hem al de koninkrijken van de wereld zien, met hun heerlijkheid, 9 en zei tegen Hem: Dit alles zal ik U geven, als U knielt en mij aanbidt. 10 Toen zei Jezus tegen hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen. 11 Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.

Hier in de woestijn komt de duivel Jezus verzoeken, en aangezien volgens Johannes 1 alles wat er is is ontstaan en gemaakt door Het Woord, en Jezus zelf dat Woord is, dan kunnen we misschien concluderen dat Jezus door iets verzocht wordt wat oorspronkelijk, dan wel indirect uit Hemzelf is voortgekomen in een omgeving die tevens uit Hem voortkomt. Iets wat in Jesaja 45 ook gezegd lijkt te worden door God over duisternis en onheil. 

Jesaja 45:5 (HSV)  Ik ben de HEERE, en niemand anders, buiten Mij is er geen God. Ik zal u omgorden, hoewel u Mij niet kende, 6 opdat men zal weten, vanwaar de zon opkomt tot waar zij ondergaat, dat er buiten Mij niets is. Ik ben de HEERE, en niemand anders. 7 Ik formeer het licht en schep de duisternis, Ik maak de vrede en schep het onheil; Ik, de HEERE, doe al deze dingen.

Een mens kan ook dingen maken die veel voordeel hebben maar bij misbruik of in een ongelukkige samenloop van omstandigheden een groot nadeel meedragen of veroorzaken met veel leed.
Misschien dat de duisternis en de tegenstander (satan) nooit Gods intentie was, maar Hij deze wel voorzag en er potentie in zag. Het draagt bij in het aanbrengen van keuze en contrast in deze schepping. Onze intentie is ook niet om zondig te zijn, sterker nog, wij zijn zo geboren zonder daarin inspraak te hebben. Wij hebben allemaal een goede kant die we vaak zichtbaar weergeven, en een kant die we liever verborgen houden. Een mens heeft een openbaar leven en een verborgen leven. Een kant die we willen en een kant die we misschien liever niet hadden gehad. Toch zijn wij geschapen naar Gods gelijkenis en evenbeeld, misschien dat hierin een dieper iets ligt verstopt, iets wat wij verborgen houden maar God openbaart in het licht. Er is een goede kant aan de schepping (licht) en eentje die wij als niet goed zouden bestempelen (duisternis).

Romeinen 7:14 (HSV) Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. 15 Wat ik namelijk teweegbreng, doorzie ik niet, want niet wat ik wil, dat doe ik, maar wat ik haat, dat doe ik. 16 En als ik dat doe wat ik niet wil, val ik de wet bij dat zij goed is. 17 Nu ben ik het echter niet meer die dit teweegbrengt, maar de zonde die in mij woont. 18 Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, niets goeds woont. Immers, het willen is er bij mij wel, maar het goede teweegbrengen, dat vind ik niet. 19 Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. 20 Als ik nu dat doe wat ik niet wil, breng ík dat niet meer teweeg, maar de zonde die in mij woont. 21 Ik ontdek dus deze wet in mij: dat, als ik het goede wil doen, het kwade dicht bij mij ligt. 22 Want naar de innerlijke mens verheug ik mij in de wet van God. 23 Maar in mijn leden zie ik een andere wet, die tegen de wet van mijn verstand strijd voert en mij tot gevangene maakt van de wet van de zonde, die in mijn leden is. 24 Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? 25 Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere. 26 Zo dien ik dan zelf wel met het verstand de wet van God, maar met het vlees de wet van de zonde.

Zo heeft de mens een duistere kant waarmee wij verzocht worden, maar Jezus moest net als ons in alles verzocht worden en daar kwam de satan om de hoek om die duistere kant misschien wel te spelen en te vervullen. 

We zien dit in het oude testament ook een beetje terug op het moment dat David wordt verzocht en aangezet om te zondigen met de Volkstelling. Een volkstelling die David niet mocht doen omdat dat zou leiden tot het kennen van zijn beschikbare vermogen aan strijdkrachten waardoor hij daarin zijn vertrouwen zou stellen in plaats van op God zelf.

In Samuel 24 is God zelf die David aanzet en verzoekt de volkstelling uit te voeren, in 1 Kronieken 21 is bij hetzelfde verhaal het de satan die het doet. Klopt één van de twee stukken dan niet? Of kloppen ze allebei maar is in de duivel het slechte, het tegenbeeld van God hier uitgebeeld om iets over ons eigen dualisme te openbaren aan ons? Het is misschien niet God, maar de satan speelt wel de duistere kant van God en wordt dan ook zo benoemd als een daad van God. De satan speelt de rol van god in een tenenkrommend verhaal, precies zoals hij de “God van deze eeuw” wordt genoemd die mensen verblind voor de waarheid en uit het licht houdt van het goede nieuws.

2 Samuel 24:1 (HSV) De toorn van de HEERE ontbrandde opnieuw tegen Israël. Hij zette David tegen hen op door te zeggen: Ga Israël en Juda tellen. 10 Het hart van David bonsde in hem, nadat hij het volk geteld had. En David zei tegen de HEERE: Ik heb zwaar gezondigd in wat ik gedaan heb. Maar nu, HEERE, neem de ongerechtigheid van Uw dienaar toch weg, want ik heb heel dwaas gehandeld.

1 Kronieken 21:1 (HSV) Toen stond de satan op tegen Israël, en hij zette David ertoe aan om Israël te tellen. 2 David zei tegen Joab en tegen de leiders van het volk: Ga Israël tellen van Berseba tot Dan toe, en breng mij de uitslag, zodat ik hun aantal weet. 7 En deze zaak was slecht in de ogen van God, daarom trof Hij Israël. 8 Toen zei David tegen God: Ik heb zwaar gezondigd, omdat ik deze zaak gedaan heb. Maar nu, neem de ongerechtigheid van Uw dienaar toch weg, want ik heb heel dwaas gehandeld.

2 Korintiërs 4:4 (HSV) Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw hun gedachten heeft verblind, opdat de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is, hen niet zou bestralen.

God is Éen, Hij is volmaakt Licht zonder een spoor van duisternis, Hij is de volmaakte Liefde. Om toch iets aan ons te leren heeft God net als ons een tegen beeld nodig, een tegenstander. Want hoe weten we wat licht is als duisternis niet bestaat om het contrast duidelijk te maken? Hetzelfde geldt voor liefde en allerlei andere kenmerken die God wil openbaren over Zichzelf. Een tegenstander (satan) is misschien de manier waarop God aan ons gelijk kan zijn, en net als ons verzocht wordt in alles met het verschil dat Hij die kant overwint om zo ons te helpen onze duister is te overwinnen. 

Hebreeën 4:15 (HSV) Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde. 16 Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.

Hij werd namelijk volgens de bijbel verzocht zoals wij verzocht werden. De uitbeelding hiervan zien we in Jezus tegenover de satan in de woestijn. Kan de satan dus de uitbeelding en duistere kant zijn van God waarmee Hij zich in strijd is om zo gelijk te zijn in onze strijd in deze schepping met onze eigen duisternis, exact zoals wij dat voorbeeld mogen volgen?  Dan is de satan niet God zelf maar wel het tegenbeeld van Hem, een tegenbeeld waarin wij dingen misschien gaan herkennen van ons eigen tegenbeeld en duisternis.  Daarom zijn wij ook niet wie wij zijn in onze duisternis maar het tegenbeeld ervan. Iets waar wij misschien achter mogen komen door te ontdekken wie wij werkelijk zijn in God door Christus. We mogen het duister aan het licht brengen, in plaats van het verborgen houden alsof we het zouden moeten beschermen achter een masker van een “goed” mens of “perfecte christen”.

Zoals Jezus ook zegt met Waarheid dat het Koninkrijk van God al in ons is, en dat wij goden worden genoemd. Dan mogen wij ook ontdekken in het oude testament wanneer het misschien lijkt te gaan om God, maar we in de Geest voelen en begrijpen dat het nooit over Hem kan gaan zoals in 2 Samuel 24 wat in 1 Kronieken 21 wordt verklaard waarna we zien dat het de satan bleek te gaan. Als wij onze eigen duisternis al niet kunnen onderscheiden van het licht, hoe bepalen wij als mensen dat dan wel over God? Zijn de schrijvers soms daar niet de mist mee ingegaan door dingen in de schoenen van God te schuiven terwijl ons hele hart roept dat het best wel satanische trekjes betreft waarvan men beweerd dat het God was die het deed of de opdracht ertoe gaf.

Jezus is ons voorbeeld, Hij is God als mens op aarde, en ook Hij gaat de confrontatie aan met zijn schaduwkant (die van de schepping, dat waar wij ook mee worstelen). Als Jezus het Licht is dat uit God de Vader voortkwam, is de duivel het duisternis dat uit God geworpen werd toen er onrecht in hem gevonden werd, wat vervolgens de kracht geeft aan het Licht, want zonder duisternis hadden wij nooit begrepen hoe machtig Licht is. Steek maar een heel klein lampje aan in een grote ruimte vol duisternis, het licht overwint veel duisternis, een grotere lamp al heel snel al de duisternis.

Dus duisternis is er wel degelijk, in deze schepping en in ons. Hoe verdwijnt de duisternis? Juist niet door deze weg te stoppen, want daar houdt de duister is van zodat het duister blijft. Het verdwijnt door het in het licht te brengen. En dat deed God met deze schepping, er was namelijk duisternis (Genesis 1) en toen Hij sprak kwam er licht, orde en herstel. Hij sprak (bracht Woord, oftewel Jezus Christus) en toen kwam er licht. Christus is dus de weg, maar dan moet je Hem wel laten spreken in je hart en Hem toelaten openbaar te maken wat je liever weg stopt en niet wil erkennen. Zoek je de waarheid achter alles in je hart wat je doet en geloof of juist laat je dat liever in het duister voor jezelf en voor God?

En datzelfde proces uit Genesis mogen wij doormaken in deze wereld met alle duisternis in ons hart. We mogen net als Jezus die confrontatie aangaan, en dat gebeurt wanneer wij zwak zijn. Ken je de tekst dat God juist in zwakheid zal roemen? Want in zwakheid komt de verzoeking, en in die momenten worden we het meest geconfronteerd met onze duisternis zodat deze herkent, erkent en ontmaskerd kan worden. Net als bij het spelletje “wie is de mol” of “de verrader” waarin de strijd eigenlijk voorbij is zodra je weet wie de mol of verrader is. Zodra duisternis in het openbaar komt en (h)erkent wordt zal het niet meer kunnen blijven bestaan, want vanaf dat moment is de dreiging volledig weg.

Als het goed gaat in ons leven hebben we meestal geen reden om te graven in ons hart, maar deze wereld is helemaal geen plek waar het altijd maar goed gaat en dat is met een reden. Als je Hemel op aarde wil kom je er vanzelf achter dat de hemel pas in jou ontstaat als je de aarde eruit haal. Ook het volk van Israël was wel uit Egypte getrokken, maar Egypte was nog niet uit het volk gehaald. Zij waren geen slaven meer in de woestijn maar wel in hun harten.

2 Korintiërs 12:9 (HSV) Maar Hij heeft tegen mij gezegd: Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Daarom zal ik veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen. 10 Daarom heb ik een behagen in zwakheden, in smadelijke behandelingen, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus’ wil. Want wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig.

Jakobus 1:13 (HSV) Laat niemand zeggen, als hij verzocht wordt: Ik word door God verzocht. God immers kan niet verzocht worden met het kwade en Hijzelf verzoekt niemand. 14 Maar ieder mens wordt verzocht, als hij door zijn eigen begeerte wordt meegesleurd en verlokt.

Jezus gaat ons voor en wil de confrontatie als God in het vlees aangaan met “Zijn” duistere kant waar Hij zich van ontdaan had, Hij heeft namelijk de satan uitgeworpen in deze schepping. Hij werd verzocht, maar Hij weerstond. Hij lokte na 40 dagen de duisternis uit zijn tent, uit het diepste van de grotten van de schepping en werd verzocht, maar in het licht van de woestijn hield de duisternis geen stand en daar was geen plek voor de satan om zich te verbergen.
Exact zoals het volk Israël met zijn duisternis en hun afgoden en verlangens naar Egypte (de oude wereld van slavernij) veertig jaar door de woestijn trok om verzocht te worden en bevrijd te worden van dat wat diep verborgen was. Zij hadden geen strijd met de Farao, zij hadden nu een strijd met zichzelf. God was bij hen, maar zij moesten het wel zelf doen. Wilde zij dat allemaal? Dat niet, sommige bleven het verbergen en zij gingen daar gebukt onder.

En hoe verbergen wij onze duisternis? Door bijvoorbeeld het niet onder ogen te zien wie wij zijn of waarvan wij last hebben, door het te bestempelen als “zonde” of “zondig” en zo te onderdrukken en weg te stoppen als iets wat er niet mag zijn en er dus niet zou zijn. Door druk te zijn met wat goed is en wat kwaad is en het kwade vervolgens te onderdrukken omdat dat niet naar buiten mag komen en zo blijft het juist verborgen in de duisternis waar het wil blijven. Maar dat wat je onderdrukt komt meestal met macht en kracht op een dag tevoorschijn, of het uit zich in andere vormen of frustratie naar jezelf of anderen waarvan je de oorsprong misschien zelf niet eens meer kan achterhalen. Je kent dat vast wel in je omgeving of je eigen leven. Als je ergens fel op reageer wat een ander wel of niet doet is het vaak een spiegel van jezelf wat je in jezelf onderdruk en waaraan je je irriteert dat een ander het wel naar buiten kan brengen. Jij hebt er problemen mee en de ander klaarblijkelijk niet.

Vaak zien we bij voorbeeldfuncties waarin men denkt dat zij zonder met of blaam moeten zijn en blijven als een of ander super christen, weldoener of volmaakte politicus dat het op een bepaald juist moment grandioos verkeerd gaat. Grote namen in de Christelijke wereld, maar ook daarbuiten, die veel mensen hebben die tegen hem opkijken proberen zichzelf in een bepaalde vorm of rol te zetten waarbij er teveel intern bestreden wordt en in het duisternis blijft tot het moment dat het eruit komt in het openbaar. Een moment waarop het misschien veel groter is geworden dan dat het oorspronkelijk was. Het is een soort ontkenning van de waarheid doordat we misschien naar de verwachting van anderen een soort model christen willen zijn, maar in werkelijkheid zijn we ook maar gewoon een mens met fouten en goede en slechte momenten waar we wel of soms niet trots op zijn. Leef dus de waarheid, ontmasker dat wat verborgen is.

Johannes 3:18 (HSV) Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God. 19 En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liefgehad, meer dan het licht, want hun werken waren slecht. 20 Want ieder die kwaad doet, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet ontmaskerd worden. 21 Maar wie de waarheid doet, komt tot het licht, opdat van zijn werken openbaar wordt dat ze in God gedaan zijn.

Wij hebben het Licht van God gekregen in ons hart, de levensadem, Het Woord waardoor wij een levende ziel zijn geworden. Stop dat licht dus niet ergens binnenin weg onder een korenmaat, maar verlicht je hele hart ermee. Zoek in alle oprechtheid achter alles wat je in hart omgaat of het standhoudt in het licht. Wat zijn onze beweegredenen, van welke dingen worden we echt zenuwachtig en onrustig? Waar durven we niet heen te gaan en te wroeten? Welke vragen durven wij onszelf niet te stellen over onszelf, onze omgeving, werk en zelfs God of zelfs ons geloof? Wat bestempelen we liever als een zonde en onderdrukken we vervolgens terwijl daarachter iets zit dat we niet onder ogen willen komen?

En ook voor dat onderdrukken of verbergen kun je de Bijbelse geschriften gebruiken, want in de verzoeking in de woestijn werd door de satan voornamelijk schrift gebruikt om mee te gaan in de verzoeking. De verzoeking krijgen en doorstaan is beter dan hem verdrukken en nooit onder ogen zien waardoor je er bij dit leven niet mee afrekent.

Lucas 11:33 (HSV) Niemand die een lamp aansteekt, zet die in het verborgene, en ook niet onder de korenmaat, maar op de standaard, opdat zij die binnenkomen, het licht kunnen zien. 34 De lamp van het lichaam is het oog. Wanneer dan uw oog oprecht is, is ook heel uw lichaam verlicht; maar als het kwaadaardig is, is ook heel uw lichaam duister. 35 Zie er dus op toe, dat het licht dat in u is, geen duisternis is. 36 Als dus uw lichaam helemaal licht is, en geen enkel deel ervan duister is, zal het net zo geheel licht zijn als wanneer de lamp het met zijn schijnsel verlicht.

Efeziërs 5:8 (HSV) Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel als kinderen van het licht 9 – want de vrucht van de Geest bestaat in alle goedheid en rechtvaardigheid en waarheid – 10 en beproef wat de Heere welbehaaglijk is. 11 En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze veeleer. 12 Want wat heimelijk door hen gedaan wordt, is te schandelijk om zelfs maar te vertellen. 13 Maar al deze dingen komen openbaar als ze door het licht ontmaskerd worden; want al wat openbaar maakt, is licht. 14 Daarom zegt Hij: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. 15 Let er dan op dat u nauwgezet wandelt, niet als dwazen, maar als wijzen, 16 en buit de geschikte tijd uit, omdat de dagen vol kwaad zijn. 17 Wees daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heere is.

In de tijd van Jezus waren het niet de mensen die goed leken die Hem lief hadden, zij hielden van alles verborgen achter een vroom uiterlijk met allerlei opgelegde regels. Het waren de hoeren en de tollenaars die die vrome mannen van de schrift voorbij gingen het koninkrijk in. Niet omdat ze beter waren, maar omdat ze wist wie ze waren en dat voor niemand meer verbogen was. Ze waren zondaars, hoeren en tollenaars en Jezus was juist met hen en bij hen. Dat wat openbaar was, daar kon het licht op schijnen. Dat wat niet openbaar was, accepteerde Hem niet omdat ze bang waren voor Zijn licht, wat zou schijnen op de zaken die zij liever verborgen hielden.

Mattheüs 21:31 (HSV) Wie van deze twee heeft de wil van de vader gedaan? Zij zeiden tegen Hem: De eerste. Jezus zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk van God. 32. Want Johannes is bij u gekomen in de weg van de gerechtigheid, en u hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren hebben hem geloofd; en hoewel u dat zag, hebt u later geen berouw gehad zodat ook u hem geloofde.

Speel jij een rol als “christen” om acceptabel voor God te zijn en conform de verwachting van je broeders en zusters te leven en onderdruk jij wie je bent en kom je jezelf wel echt onder ogen? Ken je jezelf wel echt, breng je jezelf in het licht van Christus of beteugel je jezelf als iemand die slaaf is van zijn eigen zonden?
Loop je voor jezelf weg, of laat je je net als Jezus in de woestijn je met jouw duisternis geconfronteerd worden? Want als je ziet wie je werkelijk bent en onthoud dat nog steeds de genade van God ook voor jou telt, dan wordt die genade alleen maar meer waard dan dat je iemand bent die je niet bent en zo op eigen werken “acceptabel” wordt voor God terwijl zo de genade juist minder wordt. Je wil het dan misschien toch deels zelf verdienen of jezelf acceptabel maken, los van de genade. De genade wil Licht brengen omdat niets meer verborgen hoeft te blijven voor God.

Galaten 4:13 (HSV) U weet toch dat ik u de eerste keer het Evangelie heb verkondigd in lichamelijke zwakheid. 14 En toch hebt u mijn beproeving, die in mijn lichaam plaatsvond, niet veracht of verafschuwd, maar ontving u mij als een engel van God, ja, als Christus Jezus. 15 Waarin prees u zich dan gelukkig? Want ik kan van u getuigen dat u, zo mogelijk, uw ogen zou hebben uitgerukt en aan mij gegeven zou hebben. 16 Ben ik dan uw vijand geworden door u de waarheid te zeggen?

Zodra wij ontdekken wie wij zijn en dat wij niets hoeven te worden dan alleen kinderen van het Licht, dan hebben we ook niets meer nodig dan alleen de genade die God ons al geeft. En als je zelf niets meer nodig hebt dan kun je aan de ander gaan geven, want ook de ander heeft de genade nodig en het licht om vrij te worden. De ander heeft geen tips nodig om zijn of haar duisternis te onderdrukken, zij hebben net als jou en ik het nodig dat het in het Licht komt van God. Zodra er dingen vanuit het duister naar het licht gaan komt er ruimte in je hart, en die ruimte kan God weer vullen met meer licht en liefde.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *